Patricia Kaersenhout: ‘Ik zie een duidelijke relatie tussen de antiracisme demonstraties en COVID-19 Interview

Square

Theaterkrant interviewt filosofen kunstenaars en critici en vraagt hen te reflecteren op de coronacrisis. Aan het eind van elk interview wordt hen gevraagd een nieuwe denker aan te dragen. Mexicaanse socioloog Rolando Vázquez Melken droeg beeldend kunstenaar en activist Patricia Kaersenhout aan. Voor haar spreekt de coronacrisis een diep gevoel van onrecht aan, dat zich uit in massaal protest: ‘Dit is de tijd om na te denken over je eigen medeplichtigheid in wat er gaande is aan de wereld.’

Patricia Kaersenhout is geboren in Nederland, stamt af van Surinaamse ouders en groeide op in een West-Europese cultuur. De spanning tussen die twee werelden vormt een rode draad in haar artistieke werk. ‘Ik geloof dat veel van mijn beelden en ideeën via mijn voorouders tot mij komen en dat ik een taak heb om dat verhaal te vertellen en verbeelden.’ Met installaties, collages en performances toont ze verzwegen verhalen, onzichtbare helden, en bevraagt ze de westerse kunsttraditie. Haar kunstenaarspraktijk is ook een sociale praktijk, ze werkt vaak samen met een groep ongedocumenteerde vrouwen. ‘Voor mij gaat dat over waardigheid en gelijkwaardigheid. Ik vind het ongelooflijk dat we een systeem hebben waarin bepaalde mensen geen bestaansrecht hebben.’

Wat legt de coronacrisis voor jou bloot?
‘Als er iets is dat je nu ziet met COVID-19 is het de minachting waarmee er met het leven wordt omgegaan: hoe oudere mensen aan hun lot worden overgelaten in verzorgingstehuizen. Ik kom uit een cultuur waarbij je in een crisissituatie altijd als eerste de ouderen beschermt. In die cultuur voelt iedereen een diep respect voor ouderen: zij dragen kennis met zich mee, niet alleen hun eigen levenswijsheid, maar ook kennis over onze voorouders. Zij staan bovendien op het punt om die voorouders te ontmoeten. Ik vind het zo ongelooflijk pijnlijk hoe onze westerse samenleving met oudere mensen omgaat.’

‘Ik kom uit een Caribische traditie: daar is het geloof dat je de geschiedenis van je voorouders in je lichaam meedraagt: een belichaamde geschiedenis. Veel van mijn werk komt uit mijn lichaam, vanuit kennis van mijn voorouders die ik niet letterlijk weet, maar wel invoel. Dat is een heel andere manier van met kunst bezig zijn dan de westerse traditie. Mijn werk bevraagt de westerse kunsttraditie; het gaat niet om typische westerse esthetiek maar juist over het gevoel dat een beeld op kan roepen. Vaak zijn dat gevoelens van boosheid, verdriet en rouw om wat er ook met mijn voorouders is gebeurd: zij zijn tot slaven gemaakt.’

‘COVID-19 is niet het eindpunt; het is het begin. Als dit virus is opgelost, reken er dan maar op dat als we doorgaan zoals we doen er een volgend virus zal komen. De aarde is aan het doodbloeden. Dat wij hier in het westen een luxueus leven kunnen leven maakt de aarde kapot… Ik las laatst dat 86% van de rijkdommen van de aarde in het bezit is van 14% van de wereldbevolking. Dat is echt shocking! Een heel groot deel van de wereldbevolking is keihard aan het werk voor onze luxe. Voor iedere rijke westerling zijn er twee tot slaaf gemaakte mensen aan het werk, zodat wij Nike schoenen en G-Star broeken kunnen dragen en biologische soyamelk kunnen drinken. Alles heeft een prijs en ik denk dat we moeten ophouden dat te ontkennen en er onwetend over te zijn.’

‘Dat is een van de grootste pijnen die ik kan voelen: dat ik weet dat voor mijn luxe een ander aan het lijden is. De Chinese filosoof Mensius zei het al: “Elk mens kan het lijden van een andere mens niet verdragen.” Dat geloof ik echt, deep down kunnen we dat niet; daarom denk ik ook dat mensen in ontkenning gaan en het niet willen weten. Met COVID-19 konden we er niet meer onderuit. Ik denk dat de hele crisissituatie die er nu is – dat mensen massaal de straat op gaan en massaal protesteren –  voor een belangrijk deel voortvloeit uit dat diepe gevoel van ‘het kan niet langer zo doorgaan en ik ben medeplichtig.’ George Floyd is dan wel de aanleiding voor de massale protesten, maar het gaat natuurlijk over iets heel anders: we voelen het diepe onrecht dat al eeuwenlang gaande is.’

Waarom denk je dat mensen zich juist nu zo massaal verzamelen bij een antiracismedemonstratie?
‘Ik denk dat het te maken heeft met die coronacrisis. De afgelopen jaren had ik het abnormaal druk; aan de ene kant is het fijn dat het zo goed gaat met mijn kunstenaarspraktijk, maar het kost ook heel veel. Ik stond echt op het randje van uitputting, dus voor mij persoonlijk kwam de coronacrisis als geroepen: ik kon tot rust komen en vanuit die rust nadenken, schrijven, lezen. Dat geldt vast voor meer mensen: doordat er rust is, ga je dingen anders zien. Door mijn activisme en dekolonialiteit heb ik al lang gezien dat het systeem verrot is. Voor mij gebeurde er in die zin niet iets nieuws, maar ik denk dat veel mensen wel nieuwe inzichten hebben gekregen; vooral heel veel jonge mensen – het is niet voor niets dat er zoveel jonge mensen de straat op gaan.

‘Het was overduidelijk hoe COVID-19 wereldwijd liet zien dat kwetsbare groepen als migranten massaal besmet raakten, omdat zij het vuile werk moesten doen. Het liet zo duidelijk het onrecht zien: het was niet meer te verbergen. Voor mij zit er een duidelijke relatie tussen de antiracismedemonstraties en COVID-19: het gaat allebei over een diep onrecht van een verrot systeem.’

Heeft de crisis iets blootgelegd wat je nog niet van tevoren had gezien?
‘Ik had niet verwacht dat de protesten zo massaal zouden zijn. Ik vind het boeiend om te zien dat een hele jonge generatie aan het opstaan is en zich laat horen. Wat me wel zorgen baart, is dat ik vooral bij witte jongeren zie dat ze niet precies begrijpen wat racisme is en dat ze niet beseffen wat het doet met zwarte mensen. Zo liep er een meisje met een bord ‘It’s time for afro futurism now’. Toen dacht ik: jij hebt Black Panther gezien en denkt dat je snapt wat afro futurism is. [lacht] Het is wel belangrijk om je echt goed te informeren en wel te begrijpen waar je het over hebt, juist omdat het zo’n pijnlijk en complex onderwerp is.’

‘Ik hoop wel dat mensen beseffen dat protesteren alleen niet genoeg is. Je moet echt aan het werk gaan, je moet iets veranderen en dat is ongemakkelijk. Het is zelfs pijnlijk om als wit persoon door het proces van zelfrealisatie heen te gaan: dat je eindelijk gaat inzien hoe je eeuwenlang bevoorrecht bent puur op basis van je huidskleur. Wat je ziet is dat mensen het meteen heel erg persoonlijk gaan maken, ‘ik kan er toch niets aan doen, het ligt toch niet aan mij dat mijn voorouders…’ Nee, dat ligt ook niet aan jou en je moet dat ook niet persoonlijk nemen, maar het is wel zo dat jij – of je dat nu wilt of niet – onderdeel bent van een systeem dat ervoor gezorgd heeft dat jij en je voorouders en je kinderen na jou – als we niet veranderen – doorgaan met bevoorrecht zijn. Dat moet doorbroken worden en dat kan alleen maar door dat pijnlijke proces te doorstaan.’

Denk je dat de Black Lives Matter-movement iets teweeg gaat brengen in de culturele sector?
‘Ik ben heel benieuwd wat er 15 november gaat gebeuren met de intocht; ik ben benieuwd of er dan ook vijftienduizend mensen de straat opgaan om te protesteren tegen zwarte piet: dat is voor mij de lakmoesproef.’

‘Wat ik nu in de culturele sector zie, is dat iedereen de mond vol heeft van ‘diversiteit’, je ziet dat overal hashtags met Black Lives Matter worden gepost. Maar niemand wil het werkelijke werk doen. En het is niet aan ons zwarte mensen om dat werk te doen – echt niet. Die hele code ‘culturele diversiteit’ kan zo de prullenbak in, dat is een complete wassen neus, want je laat het weer afhangen van bruine en zwarte mensen om als organisatie het werk te doen. Je moet gaan nadenken: hoe komt het dat wij in theaters en musea alleen maar witte directeuren hebben? De eerste stap is onderzoeken wat het DNA van je organisatie is: hoe komt het dat het is zoals het is? Waarom zit onze organisatie in elkaar zoals die in elkaar zit? Hoe zitten de machtsverhoudingen in elkaar?’

‘Hoe hoger ik in die gebouwen kom, hoe witter het wordt. Bovenin is het helemaal wit, en op de werkvloer zie ik voornamelijk bruine en zwarte lichamen schoonmaken en de catering doen. Hoe komt dat? Daar moet je met elkaar over praten. Waarom nemen we geen zwarte mensen aan en zetten ze op hoge en betekenisvolle plekken hier in Nederland? Een paar zwarte mensen aannemen en zeggen: ‘Nu zijn we divers, dat kunnen we ook weer afstrepen!’ – echt niet. De enige manier waarop je dat gaat veranderen is offers brengen. Noem mij één iemand die zegt: ‘Oké, ik breng dat offer als directeur… ik ga weg en ik geef mijn positie op aan iemand van kleur.”… Niemand gaat dat doen, maar dat is wel de enige manier waarop het verandert.’

‘Ik denk: put your money where your mouth is en houd anders je mond gewoon dicht. Ga door met White cube-je spelen en bemoei je niet met zwarte mensen en met onze zaak, want het is gewoon niet oprecht, het is niet integer om dat te doen.’

In je Tedtalk zeg je dat je jezelf tussen het centrum en de perifirie inzet, bewust niet als onderdeel van een instituut. Is dat omdat je niet langer mee wilt draaien in het systeem?
‘Op een gegeven moment kom je op een leeftijd… dat hele machtsspel van uitsluiting dat heb ik nu al zo lang gezien… ik draai al zo lang mee over dat idiote diversiteitsgesprek en ik zie niets veranderen. Het enige wat ik zie veranderen zijn de poppetjes in het spel – die veranderen. Maar het spel wordt nog steeds op dezelfde manier gespeeld. Zolang de spelregels niet veranderen, denk ik: waarom zou ik me daar nog mee bezig moeten houden?’

‘Als mensen me vragen om in een debat te gaan zitten over diversiteit, zeg ik nee – ik doe het niet meer! Geen lezingen meer, geen gesprekken meer… ik ben er helemaal klaar mee! Ik zie iedere keer dat onwetendheid ook een privilege is. Een privilege dat bewust wordt doorgegeven van generatie op generatie. Het is onmogelijk om in deze tijd met world wide web, nog onwetend te zijn als wit persoon. Dus als je dat wel bent, dan is het bewust. Die gesprekken ga ik niet meer voeren met mensen, ik ga mensen niet meer opvoeden, ik ga niet meer uitleggen hoe dingen in elkaar zitten… ik denk: doe het werk!’

Voer je via je werk niet dat gesprek?
‘Zeker! Daarom doe ik ook performances waarbij ik het publiek betrek. Ik probeer altijd publiek te activeren en ze uit het hoofd te halen, omdat het lichaam een andere waarheid heeft. Dan komt er een andere realisatie naar boven. Mijn werk gaat niet over consumeren, maar over ervaren. Ik probeer eigenlijk een liminal space te creëren, een tussenplek waarvan je nog niet weet waar het naartoe gaat, een plek van ongemak. Ik wil een veilige plek creëren waar gevaarlijke dingen mogen gebeuren. Ik creëer iets wat wrijft en schuurt, waardoor er een andere realisatie kan komen en dan heb je een ander gesprek.’

‘Dan vind ik het heel belangrijk dat mensen wel tot een ander inzicht komen. Wat ze daarmee doen is natuurlijk hun eigen verantwoordelijkheid: die kan en wil ik niet nemen. Ik hoop dat mijn werk dat teweeg kan brengen. Het is natuurlijk een bescheiden aandeel, maar ik denk dat ieder mens een steen in de vijver kan zijn die concentrische cirkels kan veroorzaken. Als meer mensen cirkels maken, gaan ze elkaar raken en ontstaat er verbinding. Verandering kun je niet in je eentje bewerkstelligen: je moet het echt samen doen. Je ziet het in de natuur ook: als er een overstroming is, maken mieren met hun lijfjes een eiland, ze verbinden al die lijfjes met elkaar en drijven samen naar een plek waar vaste land is. Ze kunnen alleen maar overleven door samen te werken.’

‘COVID-19 heeft aan de ene kant social distancing teweeggebracht, maar ik denk dat mensen zich ook zijn gaan realiseren hoe onnatuurlijk het is om individueel te zijn en in afstand van elkaar te leven. Mensen gingen op straat elkaar wel weer opzoeken. Ik zag hier in de buurt allerlei mensen bij elkaar op gepaste afstand met een stoeltje buiten gaan zitten gesprekken met elkaar voeren. Ook wij zijn sociale wezens: we redden het niet alleen.’

Wat legt de coronacrisis bloot in de cultuursector?
‘Het laat zien dat de overheid met minachting kijkt naar een hele grote groep mensen die op heel veel fronten belangrijk werk doen in de cultuursector. KLM krijgt 3,4 miljard, een ander noodlijdend bedrijf waar 3000 mensen werken krijgt negenhonderd miljoen. De cultuursector krijgt 300 miljoen – dat zegt alles denk ik. Juist in deze tijden van crisis wordt er meer gelezen, gekeken en geluisterd dan ooit. Er zijn heel veel mensen die gebruik hebben gemaakt van kunst en cultuur, maar toch wordt er dus op deze manier mee omgegaan door onze overheid.’

Wat is de rol voor de kunsten in de coronacrisis?
‘In België hebben ze de beursschouwburg opengesteld voor dak- en thuislozen: ze zijn een soepkeuken begonnen. Dat had het Stedelijk Museum ook kunnen doen; alle musea hadden ruimtes open kunnen stellen en tegen de meest kwetsbaren kunnen zeggen: wij vangen jullie op! Al die ruimtes stonden leeg. Wie had er nu iets aan al die kunst die daar in die zalen hangt?’

‘Ik vond het hartverscheurend om mensen op straat te zien slapen tijdens deze COVID-19; dat is absurd terwijl er zoveel gebouwen zijn waar die mensen terecht hadden gekund. De kunstwereld had iets kunnen doen, musea hadden zichzelf maatschappelijk relevant kunnen maken. Nee, wat doen ze? Ze zijn alleen maar aan het klagen over het feit dat ze niet genoeg geld hebben en vragen zich af: hoe moet het nu verder? Ze zijn alleen maar bezig hun eigen baantjes zeker te stellen… Gemiste kans. Gemiste kans.’

Is er een rol voor de kunstenaar in de coronacrisis?
‘Ik vond het eerst heel moeilijk om met kunst maken bezig te zijn. Ik kon het even gewoon niet: er was te veel leed om me heen. Wij zijn met Black Rennaissance -een collectief waar ik lid van ben- begonnen met mondkapjes naaien. We hebben een aantal makers benaderd: wil je meedoen met mondkapjes maken? De opbrengst van het geld gaat naar domestic workers. Heel veel domestic workers zijn hier semi-illegaal, er zijn zoveel mensen in diepe problemen  door de Covid, vooral mensen die al in een heel kwetsbare positie zitten, die letterlijk geen geld hebben om eten te kopen voor zichzelf of voor hun kinderen en die de huur niet kunnen betalen. Ja, de samenleving en de overheid zijn keihard; er is helemaal geen vangnet voor deze mensen. We zijn ermee begonnen en het liep echt storm… dat vond ik heel tof, dat mensen mee wilden helpen en meteen zeiden: ‘Ja, ik doe het, ik naai mee!’

‘Ik vind als kunstenaar dat je altijd solidair moet zijn met de zwakkeren in de samenleving. Ik vind niet dat je moet protesteren voor meer geld in Den Haag, maar ik vind dat je de straat op moet gaan om te protesteren met de verpleegkundigen die voor veel te weinig geld super gevaarlijk werk moeten doen. 14 euro per uur verdienen deze mensen! 14 euro per uur! Daarvoor moeten we de straat op met elkaar, voor al die mensen die nu in de knel zitten: dat is onze taak! Of er een werk over maken, of de barricades op!’

Naar wiens reflecties ben jij benieuwd?
‘Simone Zeefuik, ik vind haar een bijzonder scherpe denker en een warm en sociaal mens. Zij is voor mij een lichtend voorbeeld van een jonge zwarte generatie denkers die niet meer weg te denken zijn uit het Nederlandse zwarte discours, omdat zij deze mede ontwikkelt en vormt.’

 

Foto | Aatjan Renders

Gepubliceerd op | Theaterkrant.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *