YOUR ABSENCE LASTED 27 MINUTES AND 55 SECONDS. Essay over tijdservaring op Beyond the Black Box 2020

Square

Dit essay kwam in hybride vorm tot stand naar aanleiding van festival Beyond the Black Box, van 5 t/m 8 februari in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond. Voor de optimale multimediale ervaring zie hier

Over de tijd kun je enkel in verleden vorm spreken: zodra je het moment probeert te vatten, glipt het je door de vingers. “De werkelijkheid is aan ons verschenen als een voortdurend worden: ze komt tot stand of valt uiteen, maar is nooit een voldongen feit,” zo schreef de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) over die ongrijpbare tijd. De werkelijke tijd is volgens Bergson niet op te delen in uren minuten of secondes: het ene moment vloeit over in het andere. Bergson noemde die tijd duur; tijd als een symfonie van aaneengeregen tonen, als een steeds groter wordende sneeuwbal als een continue stroom van een heden dat een verleden in zich draagt.

Op Beyond the Black Box zet ik mijn klok gelijk met het splijten van een stuk steen, met het smelten van een blok ijs en daal af naar mijn innerlijke tijd. Ik lever me over aan de krachten van de natuur en wordt me zo bewust van mijn eigen tijdelijkheid.

In de ritualistische performance We Do Matter is de natuur in de vorm van een brok steen overgeleverd aan de kracht van performer Nick Steur en de alchemistische precisie van kunstenaar Matea Bakula. Steur beitelt zich met hamer en handschroef een weg door de materie. Zijn volle focus houdt hij op de steen gericht. Met krachtige klappen perst Steur de schroef in de kei en het zweet uit zijn voorhoofd. Zijn simpele handeling wordt een waar schouwspel. Onder Steurs ritmisch gehamer stuift gruis uit de steen op, kleine brokjes stuiteren door de trilling. Het publiek loopt gedurende de performance rond door de ruimte en verplaatst zich om over Steurs schouder mee te kijken.

In een mengeling van nieuwsgierigheid en spanning wacht het publiek tot de kern splijt. Hier bepaalt het breekpunt van het voorwerp de duur van de voorstelling.

De kei breekt in twee. Een onomkeerbaar proces?

In het tweede deel van de performance verschuift de aandacht van Steur en steen, naar de werkbank van beeldend kunstenaar Bakula. Ze roert enkele zwarte druppeltjes door een transparante vloeistof tot een donkere stroperige substantie. Ze smeert het op de verse breuken en probeert de gespleten kei te lijmen. Het publiek houdt de adem in. Zal ze de zwaartekracht tarten? Zal de steen nu weer één steen zijn?

De steen die Steur splijt hebben hij en Bakula gevonden in Zuid-Frankrijk en draagt een ver verleden in zich. Ooit onderdeel van een nog grotere steen, en die steen van een nog grotere steen, een rots, een bergpartij. Met hamer en schroef herhaalt en versnelt Steur het natuurlijke proces van erosie. Door de brokken steen weer te lijmen verstoort Bakula dit juist. Misschien is de tijd niet alleen een steeds groter wordende sneeuwbal, maar ook een steeds verder afbrokkelende steen.

Sinds de invoering van de Greenwichtijd aan het einde van de negentiende eeuw, delen we een gemeenschappelijke opvatting van wat we onder tijd verstaan. De klokken werden gelijkgezet. We stonden op met de wekker. Fabrieksklokken hebben de dag in arbeid en vrije tijd verdeeld. Dat die kloktijd ooit slechts een praktische afspraak was, zijn we inmiddels vergeten, schrijft filosofe Joke Hermsen. We zijn “steeds meer naar de kloktijd gaan leven en daardoor hebben we een andere, meer persoonlijke of innerlijke ervaring van tijd naar de achtergrond verdreven.” In haar essaybundel Stil de Tijd pleit Hermsen ervoor die andersoortige tijd weer naar de voorgrond te krijgen. De tijd van onze innerlijkheid – van onze tijdsgebonden menselijkheid. De tijd die Bergson duurnoemde; de tijd van een dieper gelegen zelf. Het soort tijd waarin ik me begeef in Without You.

“Je mag je telefoon aan mij geven, je hebt geen horloge om toch?” Als ik de installatie Without You van Rita Hoofwijk binnenstap, weet ik niet langer hoe laat het is. Een performer legt me de regels uit en doet me een zwarte polsband om: “Je wordt dadelijk gebeld, door de schakelaar om te zetten neem je op. Jij hoort haar, maar zij hoort jou niet. Je kunt dus niets terugzeggen.” Twee gordijnen schuiven dicht en ik bevind me in een mini black box. De telefoon rinkelt, ik laat hem twee keer overgaan en neem op.

Het blijft stil aan de andere kant van de lijn; ik hoor enkel de geluiden van een stad: het verkeer dat daar voorbijraast. Dan een vrouwenstem:

“Yes… I am here and I know that you are there.”

De stem vraagt me met mijn vinger op het glazen plaatje van de zwarte polsband te drukken, de tijd verschijnt: 20.28. Hoofwijk bevindt zich op datzelfde moment ergens anders in de stad – we delen de tijd.

“You can see that it’s 20.28”

“Maybe we can see it turn 29…”

“Ah there it was. One minute.”

Zodra je het moment probeert te vatten, glipt het je door de vingers… 20.29 en dan wordt de polsband weer zwart. Terwijl ik stil zit in dit donkere hokje, beweegt Hoofwijk zich door de stad en beschrijft de wereld die ze ziet

“I see a tram that is half full, without you, I see a couple walking down the street… without you.”

Met iedere zin benadrukt ze dat ik er niet ben. Hoofwijk beschrijft een wereld die doorgaat – ook zonder mij. Haar terugkerend without you is als een spreuk die mijn tijdelijkheid bevestigt. Maar terwijl Hoofwijk steeds spreekt over daar waar ik niet ben, ben ik constant daar Zo maakt ze mij in mijn afwezigheid gek genoeg meer aanwezig. Iets kan alleen maar without zijn, with.

Terwijl ik me schuilhoud in mijn black box, ontmoet Hoofwijk het toeval. Ze loopt winkels in, staat in de rij voor een club, neemt een foto van een toerist… ik ben steeds haar stiekeme toehoorder. De passanten die zij beschrijft, worden performers in een locatie voorstelling met / zonder mij.

Als ik Hoofwijk een dag eerder spreek, vertelt ze hoe de black box voor haar gelijk staat aan een soort nergens zijn. “Ik zet de black box in als het verlengde van het dichtdoen van je ogen ‘nu ben ik er niet, nu is alles zwart en alles weg’.” In de traditionele black box kan de maker een nieuw universum creëren, een nieuwe wereld instappen. “Terwijl het bij mij nu gaat over de wereld verlaten… wat natuurlijk niet kan.”

Met gesloten ogen probeer ik me de wereld die Hoofwijk, beschrijft voor te stellen. Ik spits mijn oren om me op de geluiden van de stad te oriënteren. Ik hoor een panfluit… zou ze op het Leidseplein zijn? Ik volg het geluid van haar voetstappen, mijn zintuigen staan op scherp. Ik hoor hoe de grond onder haar voeten verandert, van een natte stoep naar iets zachters. Van de ruis van de stad naar een stillere plaats. Dan probeer ik me niet langer vast te houden aan het bekende en verdwaal in de eindeloze stroom van haar observaties.

Hoofwijk laat zich leiden door haar voetstappen en wat ze om de hoek van de straat toevallig tegen- komt. “Ik probeer niet iets te verzinnen, maar te luisteren naar wat er al is.” Als de sneeuwbal van Bergson bouwen de toevallige totstandgekomen beschrijvingen van Hoofwijk zich op.

In Without You kan ik niet ingrijpen of iets doen, ik ben volledig anoniem en toch sta ik centraal in deze performance. Want hoewel Hoofwijk me niet kan zien of horen, ben ik toch degene die de tijd die wij samen delen, bepaalt. Zo lijkt de tijd heel even van mij te zijn.

“I am here, because you are there”

Met mijn vinger op de schakelaar kan ik ieder moment de verbinding verbreken, de navelstreng doorknippen en de tijd stoppen. Een keuze die onherroepelijk is. De tijd beweegt immers maar één kant op.

Hoe lang zit ik nu in dit donkere hokje? Het zal vast een kwartier zijn. De meetbare tijd houdt me in haar greep, maar ik weiger op mijn zwarte polsband te kijken. Met de tijd zo dichtbij me, voelt het als een protest om te weigeren die klok te zien.

Ik zet de schakel om.

klik

De performer schuift de gordijnen weer open. En overhandigt mij een kaartje, “Your absence lasted 27 minutes and 55 seconds.” Ik ben weer terug in de tijd van Greenwich.

Hoofwijk vertelt me een dag eerder aan de hand van een klein schematisch tekeningetje wat ze probeert te bereiken: “Het publiek komt aan in de ruimte, dan gebeurt er iets en daardoor wordt die omgeving even iets anders.. Daarna ga je weer terug naar hoe het was.” Het lijkt ogenschijnlijk zo simpel.

Wat voelde als een klein kwartier bleek bijna het dubbele. In die kleine mini-blackbox heb ik met mijn eigen verdwijning en die van de tijd mijn volgende voorstelling gemist. Want hoewel de installaties op Beyond the Black Box andere tijdslogica aanhouden, is het strakke blokkenschema onverbiddelijk.

En dus breng ik “mijn” overige tijd door bij de doorlopende installatie IJS van Collectief Walden. In de foyer staat een groot blok ijs te smelten. Een brok van 85 liter of wat er nog van over is. Ik denk aan Antartica. Hoe lang zal het duren voor het gehele blok gesmolten is? Ik probeer me tot het constante druppen van het ijs te verhouden. In een wereld waarin we constant spreken over het hebben en het niet-hebben van tijd – vergeten we vaak dat we ook zelf tijd zijn. Waar ik in Without You de tijd even in handen leek te hebben omdat ik zelf de duur kon bepalen, ben ik bij IJS weer overgeleverd aan de wetten van de natuur.

“De ware tijd komt pas tot leven wanneer de klokken zwijgen,” schreef William Faulkner. Bij Beyond the Black Box gebeurt precies dat.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *