Rose Akras (FLAM) over transdisciplinaire kunst Interview met Rose Akras

Square

Rose Akras is opgeleid als modern danseres, maar met een hart dat ook altijd al bij de beeldende kunst lag. In 2010 richtte ze samen met beeldend kunstenaar Dirk Jan Jager het Forum of Live Art Amsterdam op (FLAM). “Puur omdat zoiets er in Amsterdam nog niet was.” Van 7 tot en met  9 februari stelt de Brakke Grond tijdens Beyond the Black Box haar ruimtes open voor wat ook wel ‘transdisciplinair werk’ genoemd wordt. In drie dagen worden dertien werken getoond die de disciplines overstijgen. Als iemand ons kan vertellen wat een transdisciplinair werk precies is, is het Akras.

Transdisciplinaire kunst proberen te definiëren is eigenlijk tegenstrijdig, vertelt Akras: “Je hebt vaak één basisdiscipline en dan ga je van daaruit een andere discipline waarnemen en je eigen maken. Misschien omdat het werk erom vraagt of omdat je dat als maker altijd al wilde. Maar het is onmogelijk om vast te zetten wat ‘transdisciplinair’ precies is. Tijdens mijn masterstudie heb ik daar twee jaar over gediscussieerd, maar er was geen eenduidige conclusie. Ik denk ook niet dat dat erg is.”

Grensgebied van disciplines

Akras komt oorspronkelijk uit São Paulo en bewoog zich als kunstenaar altijd al op het grensgebied van verschillende kunstdisciplines. Na dansopleidingen in Londen en New York keerde ze terug naar Brazilië en begon een dansgroep met beeldende kunstenaars. Ook dat was al transdisciplinair: “Wij werden nooit geaccepteerd door het theater,” Akras lacht,” ‘we did too much mess,’ zeg maar, en dus hebben we iets anders moeten zoeken.” Een opleiding aan de School voor Nieuwe Dansontwikkeling brengt Akras uiteindelijk naar Amsterdam waar ze na haar studie blijft, maar ze heeft nog steeds een band met São Paulo en de kunstscene aldaar.

In 2010 start Akras FLAM, geïnspireerd door VERBO, een performancefestival in São Paulo, waar zij als kunstenaar aan mee deed. Akras: “Ik vroeg me af: ‘Waarom doen we dit niet in Amsterdam, zo’n festival voor performance bestaat hier eigenlijk niet.’ Amsterdam was een tijdlang een belangrijke plek voor de ontwikkeling van performancekunst. Zelfs Marina Abramović heeft er jaren gewoond – dat was natuurlijk ook niet voor niets. Maar in 2010 bestond er nog niet echt een presentatieplatform voor een tussenvorm van kunst. Een plek met niet enkel performances vanuit de beeldende kunst, maar ook vanuit andere disciplines. Er werden altijd al losse performances tijdens tentoonstellingen getoond, maar er was geen manifestatie specifiek gewijd aan performance of transdisciplinaire kunst. Wij dachten ‘let’s do it!’”

“We wilden in principe een plek creëren om ons eigen werk in een galerieruimte te presenteren, samen met andere kunstenaars en makers die ook op een transdisciplinaire manier werkten of die een andere relatie met het publiek wilden aangaan. Het bleek toen -en ook nu- dat veel makers en kunstenaars deze ruimte waarderen en op FLAM willen staan.”

Toename van transdisciplinaire kunst

Inmiddels is transdisciplinaire kunst een trend, zegt Akras. Ze vindt het een interessante ontwikkeling dat mensen buiten hun discipline durven te denken en zich ook in een andere kunsttaal bewegen. “Dat mensen op de plek van een ander zitten, vind ik altijd van belang, want het geeft een ander perspectief op je kunst, ook als je uiteindelijk beslist om terug te gaan naar je eigen discipline. Experimenteren moet kunnen en dat is het hele probleem met de bezuinigingen van een paar jaar geleden. Er moet plek voor experiment blijven, ook als die werken niet veel publiek trekken of weinig inkomsten opleveren. En zelfs als het werk een mislukking is. In de wetenschap moet ook veel experiment verricht worden voordat het iets oplevert…”

Kan de ‘black box’ nog zo’n plek bieden? Akras stelt gerust: “Die van de Brakke Grond zeker, die is best clean. Het is heel afhankelijk van hoe de black box is. Een Italiaanse schouwburg met gordijnen en een podium heeft een présence die je niet kunt ontkennen.” Het publiek uitnodigen een transdisciplinair werk op de best mogelijke manier te ontmoeten, is altijd een enorme klus, ook in de witte lege galerie, vertelt Akras, “maar als de black box te beladen is, dan is die klus nog groter.”

Akras heeft met FLAM ooit twee Museumnachten Live Art in de Oude Kerk geprogrammeerd. “Een ruimte ver van de ‘white cube’: erg magisch, maar ook met een sterk aanwezige geschiedenis. Het bezorgde ons talloze discussies over hoe en waar we het best de performances konden plaatsen.” In 2010 wonnen ze er de eerste prijs  mee voor het beste programma van de Museumnacht. “Als ik terugkijk, denk ik dat dat succes te maken had met de manier waarop we ieder werk zorgvuldig benaderden. Het was een ‘ronde’ avond waarin alles leek samen te vallen. Zelfs in zo’n complexe locatie met zo’n grote présence.”

De codes van de Black Box

In tegenstelling tot de ‘white cube’ gelden er in het theater vaste codes. Akras: “Toen ik danste was een black box- code die ik altijd problematisch vond, dat het publiek het werk altijd alleen maar frontaal  zag. Als danser leerde je juist ‘driedimensionaal’ zijn, je hele verhouding met het lichaam en de ruimte was driedimensionaal, maar je presenteerde het frontaal. Bij sommige werken is het misschien goed dat het publiek frontaal kijkt, maar zijn alle werken zo beter? Daarin kan de black box een beperking zijn. En dat we altijd iets moeten presenteren dat 45 minuten duurt, is nog zo’n code.”.Als het publiek 20 euro heeft betaald voor een kaartje, moet zo’n voorstelling minstens een uur duren. Die code maakt het moeilijk voor reguliere theaters om transdisciplinair werk los te programmeren, denkt Akras: “Er zijn werken die tien minuten kunnen duren, maar ook een uur of zelfs vijf uur.”

Elk transdisciplinair werk heeft een eigen karakteristiek, vertelt Akras. Wanneer je een theatervoorstelling in een traditionele black box zet, zijn die codes al aanwezig: je kijkt frontaal en het publiek heeft een vaste plek om te zitten. Akras: “Als je mij dus vraagt: ‘wat is transdisciplinair?’ dan is mijn antwoord dat daar dus geen vaststaande codes voor bestaan en daarom moet je dat per werk bekijken.” Zij ziet daar een verantwoordelijkheid voor de programmeur in. Het is een gesprek dat ze ook op de besloten studiedag voor professionals van de Brakke Grond zal voeren. Hoe nodigt een werk het publiek uit ernaar te kijken en bij wie ligt die verantwoordelijkheid? “Tot voor kort was de curator in beeldende kunst de enige curator die medezeggenschap had in hoe een werk gepresenteerd wordt,” zegt Akras. Zij denkt dat transdisciplinaire makers en (black box-) programmeurs baat hebben bij een advies van een ‘expert outside eye’. “Zodat een werk echt op de best mogelijke wijze gepresenteerd en gezien wordt. Dat is immers ook het uitgangspunt van de curator in beeldende kunst.”

‘Pure’ kunst

Akras vindt het interessant en belangrijk dat er in het veld, naast transdisciplinaire kunst, ook werk is dat volledig trouw blijft aan zijn discipline. “Je kunt zo altijd terugkijken en zien ‘oh ja, dit is pure dans.’ Ik had de afgelopen editie van FLAM iets gezien dat juist zo onverwacht was in zijn puurheid, een choreograaf die louter vanuit beweging werkt. Dus ik zat te denken om de volgende editie van FLAM alleen maar pure werken te programmeren.” En dat terwijl de rest van Amsterdam dan juist alles transdisciplinair progammeert? Akras lacht: “Precies!”

Tekst | Lies Mensink

In opdracht van | Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *